Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  1 januari 2012 - feest van de Moeder Gods afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Numeri 6,22-27
Lucas 2,16-21

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Gods zegen over ons in het nieuwe jaar

Op nieuwjaarsdag spreken we onze wensen uit voor elkaar. We wensen dan meestal geluk en een goede gezondheid. Sommigen wensen nog een ‘zalig Nieuwjaar’! ‘Zalig’ betekent in de hoogste mate gelukkig. Overgelukkig! Mensen die heilig geleefd hebben, worden door de kerk officieel zalig verklaard. De paus verklaart plechtig dat ze in de hemelse zaligheid zijn opgenomen.
Natuurlijk denken we niet meteen daaraan als we ‘zalig Nieuwjaar’ wensen. We denken aan 2012. Moge het een heerlijk jaar worden!’

Als gelovigen kunnen we elkaar ook een ‘gezegend’ jaar toewensen. In de lezing uit het boek Numeri vernemen we op welke manier we elkaar mogen zegenen. Doe het met deze woorden zegt God tot Mozes: ‘Moge de Heer u zegenen en behoeden. Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn. Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken.’ Bij de protestanten wordt deze zegen nogal eens gebruikt aan het einde van een zondagse viering. De dominee strekt dan met een wijds gebaar zijn handen uit over de gelovigen. Er is geen mooiere zegenwens! God zelf, die zijn gelaat naar ons toekeert. God, die ieder van ons aankijkt, die ons graag ziet. God, die oneindige Liefde is. God, die zei: ’Zo is mijn naam… Ik zal er zijn.’ Als we dat kunnen geloven, als we voor ogen houden dat God in liefde naar ons is toegekeerd, ja, dan komt er vrede over ons. Leven in de nabijheid van de Eeuwige, die Liefde is, vervult ons met die zaligheid en bevrijdt ons van alle angst voor wat ons in het komende jaar allemaal kan overkomen.

Dat leven in de nabijheid van de liefdevolle God kreeg een gezicht in Jezus. Het evangelie vertelt dat eenvoudige, onwetende herders dat als eersten mochten zien en herkennen. Niet de hooggeplaatste, aanzienlijke, geleerde schriftgeleerden. Dat God zich openbaart in kleinheid en geringheid, kan blijkbaar ook maar alleen door kleine onaanzienlijke mensen gehoord en gezien worden! Dat geldt ook voor Maria, de moeder van het Jezuskind. Een gewone, jonge, joodse vrouw! Zij overweegt de woorden van de herders in haar hart. Biddend komt Maria geleidelijk tot inzicht. Wat de herders zeggen is waar mensen al eeuwen op wachten: iemand die dat gelaat van God, dat naar ons toegewend is, laat zien. Iemand die de zegenwens van God zelf in vervulling brengt.

We weten dat alles wat Lucas schrijft over het pasgeboren kind, over de herders en Maria veertig tot vijftig jaar na Jezus’ geboorte is geschreven. Het is de vrucht van iemand die reeds het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus overwogen heeft en tot geloof kwam. Hij schrijft retrospectief. Ik meen dat het de Zuid-Nederlandse schilder van de 15de eeuw Rogier Van der Weyden is die een kerststal schilderde waarin reeds een kruisbeeld hangt. Geboortekaartje en rouwbrief vallen als het ware samen.

Die goddelijke zegen, het gelaat van Jezus als openbaring van Gods Liefde, is niet door allen herkend. Wel door Maria. Zij leefde naast en met haar zoon, niet begrijpend, maar in vertrouwen. Zo stond ze bij het kruis en was ze later met de apostelen in het cenakel in afwachting van Pinksteren.

Bij het begin van het nieuwe jaar stelt de liturgie Maria als voorbeeld van een ontvankelijke houding die de leerschool van het vertrouwen heeft doorgemaakt. Het was een moeilijke en harde oefenschool om in biddend vertrouwen de realiteit van Jezus’ ongewone en opzienbarende leven te volgen. Maria is niet de zeemzoeterige gestalte die men dikwijls van haar maakte. Niet iemand met een kruiperige onderdanigheid of louter passieve onderwerping zonder eigen inbreng en zonder kracht. Het vroeg een krachtige houding van Maria om zich op een positieve wijze open te stellen en haar leven ondersteboven te laten gooien door haar zoon. Hoe Jezus zou leven, was voor zijn moeder totaal onvoorspelbaar. Het evangelie tekent Maria als iemand die bereid was te blijven vertrouwen in Jezus, ondanks alles.
Het is ook Lucas die het Magnificat in de mond van Maria legt. Het is een strijdlied dat hoogmoedige machthebbers en verwaande rijken van hun troon gooit en met lege handen wegstuurt, maar nietige en hongerige mensen overlaadt met het beste. Een lied dat grootmoedige barmhartigheid toejuicht en God de Heer prijst en looft omdat Hij heeft omgezien naar haar, Maria, in al haar kleinheid. Opnieuw dat toegewend gelaat van God! Hij vraagt dat wij de armen een volwaardige plaats zouden geven in onze samenleving, dat we treurenden nabij zouden zijn, dat we gekwetste harten hoop zouden geven.

Zoals Maria weten ook wij niet wat er allemaal op ons af zal komen in het nieuwe jaar. We kunnen enkel, zoals zij, ontvankelijk openstaan in biddend vertrouwen, alert en krachtig in het leven staan en dat leven liefhebben zoals het zich aandient. De toekomst is onbekend. We mogen wel geloven dat God ons blijft zegenen, Zijn gelaat naar ons toewendt, ons genadig is en vrede schenkt.
Voor u allen: ‘Zalig Nieuwjaar!’

Rob Moens, dominicaan, Genk

Inspiratie:
Kerugma, jaargang 55/1. p. 61 en vv
Ignace D’hert in Kerugma, jaargang 55/1, p. 32

 
  Prekenlijst