| Preek van de week |
|
|
||
| 25 december - Kerstmis 2011 |
|
|
Lezingen:
Jesaja 9,1-3.5-6
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Het is niet meer van deze tijd.
‘God die mens geworden is’, zoals dat heet. God lijkt gewoon overbodig
in deze wereld. Het zij zo. Er is deze week wel Music for life
geweest. Voor de zoveelste keer. En met succes. En waarvoor doen ze het?
Voor de kinderen die sterven ten gevolge van diarree. Het was mij niet
bekend. Maar nu weet ik het. Jaarlijks sterven anderhalf miljoen kinderen
aan diarree. En ik begrijp hoe dat komt. En waarom dat niet voorkomen kan
worden. Omdat er veel te weinig elementaire voorzieningen zijn. De herbergen
waar feest wordt gevierd zijn overvol. Er zijn, dezer dagen, gezinnen die
geen dak boven hun hoofd hebben, letterlijk. Die de nacht in open lucht
doorbrengen. En die ene (of zijn het er meer?) die gestorven is ten gevolge
van de vrieskou.
Noodsituaties genoeg. Maar we willen het met kerst toch
gezellig houden? Natuurlijk. Daarom lezen we een verhaal dat ons ontroert.
Het gaat over twee mensen die van elkaar houden en die een kind krijgen.
Twee mensen met een kind voor wie geen plaats is. Terwijl in de stad drukte
alom heerst ten gevolge van de volkstelling. Kwestie van de belastingen
onder controle te houden. Voor die twee, geen plaats. Zoals presidenten en
politieke leiders vandaag druk doende zijn met verkiezingen en politieke
arrangementen, in Congo en Egypte en Syrië. Terwijl in eigen land de
sociale gemoederen verhit geraken. Terwijl kerkleiders, belaagd door interne
schandalen, proberen hun blazoen op te poetsen in de hoop enige
geloofwaardigheid terug te winnen. Zij vullen de ruimte van het publieke
leven. Zij krijgen de aandacht van de media. Zij bepalen wat belangrijk is.
Kinderen die omkomen van aids of diarree, hebben daarin geen plaats.
Of is er toch een straaltje hoop? Krijgen we toch iets te
zien van de massa mensen in Congo of Egypte of Syrië die geen ruimte gegund
wordt, geen menswaardig bestaan? Decennialang reeds gevangen in de wurggreep
van onverzadigbare dictators. En horen we dan toch iets van de slachtoffers
van seksueel misbruik in de kerk? En willen de camera’s even buiten het
gewoel van kerstmarkten op zoek gaan naar de mensen voor wie geen ruimte is
in de samenleving? Er was voor Jozef en Maria en hun kind geen ruimte in de
stad.
Daarover gaat het kerstverhaal: over de ruimte waar het
goddelijke te vinden is. Daarover gaat het in heel het verhaal dat over
Jezus wordt verteld. Hij was te gast bij mensen die geweerd werden uit de
samenleving, bij mensen die hun waardigheid waren kwijt geraakt. Dat zijn de
plaatsen waar het goddelijke oplicht. Het goddelijke komt van onderuit. Het
is bescheiden. Maar voor wie wil zien, gaat er een lichtje op. Een heel
kwetsbaar lichtje, zoals een pasgeboren baby. Dat lichtje is aan mensen
gegeven. Baby’s aan onze zorgen toevertrouwd. Niet alleen in eigen huis,
maar ook bij de buren, dichtbij en veraf.
Waar horen leerlingen van Jezus thuis? Het kerstverhaal
spreekt van een stal in Bethlehem. Deze ruimte situeert zich buiten het
feestgedruis. En de mensen die de boodschap horen, de herders in het veld,
bevinden zich buiten, aan de rand van de samenleving. Zij die in het duister
leven, zien het licht.
Volgelingen van Jezus voelen zich dan ook een beetje
ontheemd in deze wereld. Ze voelen er zich niet zonder meer thuis. Er is te
veel dat hen wringt, waar ze geen vrede mee hebben. Omdat ze juist op zoek
zijn naar vrede. Niet zomaar oppervlakkige gezelligheid, maar innerlijke,
diepe vrede.
Wellicht is dat de doorbraak geweest bij Jezus’
leerlingen. Dat ze begrepen wat hen die innerlijke vrede kan schenken. Het
besef dat wij tot liefde geroepen zijn. Liefde: niet als zweverig gevoel.
Maar als houding van mededogen. Geen medelijden vanuit de hoogte, maar een
mee voelen met de medemens vanuit zijn/haar situatie. Mededogen als
krachtige houding die de ruimte schept waarin de ander welkom is.
Het vergt inderdaad een krachtige houding die iedereen
welkom heet aan de tafel van Jezus’ liefde: vooral de zondaars en
tollenaars. Een krachtige houding die ruimte maakt waarin echtgescheidenen
welkom zijn. Een houding die niet alleen ministers en prelaten het woord
laat, maar die zich oefent in ontvankelijkheid voor weerloze kinderen.
Wellicht schenkt deze tegendraadse houding meer vrede dan stilletjes alles
maar stil te laten.
Dat was de keuze van Jezus’ leerlingen na zijn dood. Er
begon zich in de geschiedenis een spoor van nieuw leven af te tekenen. Broos
en kwetsbaar. Een omgekeerde wereld. De ruimte van het mededogen. Daar wordt
geijverd voor kinderen die dreigen te sterven aan diarree, daar wordt
meegeleefd met mensen die slachtoffer geworden zijn van seksueel misbruik en
die zich zolang stom hebben gehouden, daar wordt aandacht geschonken aan wie
gevlucht zijn voor huiselijk geweld, wie gevlucht zijn uit eigen land op
zoek naar veiligheid. Mee werken aan deze ruimte schenkt leerlingen van
Jezus diepe vrede.
God is het licht dat opgaat in de ruimte van het
mededogen. God is niet te vinden in moskeeën, tempels of kerken. We vinden
hem waar moskeeën, tempels en kerken ons naar verwijzen. Naar de ruimte van
het mededogen. Naar een wereld die smeekt om gerechtigheid en duurzame
vrede.
Moge deze kerstviering ons helpen hiervan doordrongen te
geraken, meer en meer, van dag tot dag.
Ignace D’hert o.p. |
| |