Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  19 februari 2012 - zevende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jesaja 43,18-25
Marcus 2,1-12

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De lamme gedragen door vier mannen

We zijn reeds enkele zondagen in het Marcusevangelie aan het lezen. Een verhaal waar vaart insteekt. Vanaf het begin krijg je een impressie hoe Jezus te werk gaat. Beslist. Doelgericht. We hoorden de vorige zondagen enkele typische trekken. Het heet dat de mensen verbaasd staan over zijn leer. Hij leert niet zoals de farizeeën maar als iemand die gezag heeft. Dat blijkt uit zijn optreden: hij geeft bevel aan de onreine geesten uit bezeten mensen weg te gaan. Dat konden de Farizeeën niet. En hij geneest wie een beroep op hem doen. Als een lopend vuur gaat zijn reputatie voor hem uit.

Zo treffen we hem ook vandaag aan. De mensen stroomden in zulk een aantal samen dat er geen plaats meer was toen hij hun zijn leer verkondigde. Maar zijn leer: we horen daar niets over. Jezus is niet de man van de academische zittingen, van de lange uiteenzettingen. Hij is de man van de daad. Er zijn enkele treffende zaken in het verhaal.

1. Er is sprake van een man, een verlamde. Hij mag van geluk spreken dat er mensen zijn die hem dragen. Via het dak laten ze hem zakken tot voor de voeten van Jezus. En dan lees je: toen hij hun geloof zag. Wat was er dan wel te zien? Wat anders dan dat geklauter en gesleur om van op het dak die lamme te laten zakken tussen die menigte. Toen Jezus hun geloof zag. Geloven ze in God, die mensen? In het leven na de dood? In de verschijningen van O.-L.-Vrouw? Daar weten we niets over. Maar er staat wel: toen hij hun geloof zag: wat kan dat anders zijn dan dat gestuntel, getrek en geduw om die lamme op de juiste plaats te krijgen. Dat is het eerste.

2. Ten tweede. Jezus zegt niet: ik ontsla u van uw zonden. Dat hebben biechtvaders later leren zeggen. Gelukkig dat Jezus geen biechtvader is. Hij zou daar ook niet voor gedeugd hebben. Hij vraagt namelijk niet of die man wel berouw heeft, of hij wel een gelovige is. Hij zegt gewoon: "je zonden zijn je vergeven". Hij spreekt een heel diepe overtuiging uit: ‘vertrouw er maar op dat je zonden vergeven zijn zodat je een nieuw begin kunt maken.’ Nu komt immers de goede tijd van God die alle mensen uitnodigt een nieuw begin kunnen maken. Geloof ook jij daar maar in. Sta dus maar op uit je verlamming en ga naar huis. Jezus gelooft in de kansen en mogelijkheden die ook in deze lamme mens schuilen. Daar wedt hij op.

3. Het lukt hem: de lamme staat op. Niet iedere verlamde mens brengt dit op. Dat is het derde punt. Doorslaggevend is dat een mens genade vindt in eigen ogen. Er zijn namelijk ook situaties waar geen hoop meer is. Waar aanvaarding het enige is wat overblijft. Dan hoop je maar dat een mens daar vrede mee heeft. Of dat gaandeweg leert. Dat men genade vindt in eigen ogen zoals men is.

Een mens die dit leert, houdt ieder van ons een leerschool voor. Dat ik vrede leer hebben met wie ik zelf ben. Dat ik mijn sterke kanten leer erkennen en dat ik ook met mijn zwakke kanten leer omgaan. Niemand is volmaakt. Niemand hoeft een ander te imiteren. Ieder mens heeft zijn /haar kwaliteiten zoals ook ieder van ons zijn/haar beperkingen heeft. Ik hoef me niet gefrustreerd te voelen omdat ik me niet kan meten met pater Damiaan of moeder Teresa. Ik hoef niet te beantwoorden aan één of ander stereotiep beeld dat we uit opgepoetste heiligenlevens distilleren. Doorslaggevend is dat een mens genade vindt in eigen ogen.

Dat is geen excuus om me passief op te stellen. Integendeel. Het is het besef dat ik attent moet blijven voor een eerlijk evenwicht in mijn leven. Tussen wat ik zelf kan en wat ik van anderen mag ontvangen. Vooral het laatste is niet makkelijk. Het is niet eenvoudig je te làten zeggen dat je aanwezigheid op prijs wordt gesteld. Dat je belangrijk bent zoals je bent. Nochtans weet ieder van ons hoeveel deugd het doet dat te mogen horen.

4. Wat me ten slotte opvalt is dat geloven wordt voorgesteld als iets van een gemeenschap. Van die lamme horen we niet of hij wel gelovig is. Dat horen we wél over diegenen die hem droegen. Dat kan dus ook: als ik zelf niet meer in staat bent om te geloven, dat ik me door anderen laat dragen. Dat is ten slotte de zin van ons samen komen hier. Niet dat we elkaar het ware geloof proberen in te lepelen. Maar dat we dit geschenk van de gedeelde tafel met elkaar mogen delen en vieren. Het teken waarin we Jezus’ aanwezigheid in geloof vermoeden in het gebroken brood en de gedeelde wijn. Deze tafel als onvervangbaar symbool dat uitdrukt wie we zijn: bondgenoten en lotgenoten, delend in eenzelfde visioen dat we hebben van Jezus: ‘uw zonden zijn vergeven, sta op en loop.’

Ignace D’hert o.p.

 
  Prekenlijst