Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  12 februari 2012 - zesde zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Leviticus 13,1-2.45-46
Marcus 1,40-45

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Barrières doorbreken

Om de draagwijdte van Jezus' optreden juist te kunnen inschatten, is enige achtergrondinformatie wellicht wenselijk.


Jezus genas een melaatse. In de lezing uit Leviticus gaat het over huidziekten. Voor ons zijn dat twee totaal verschillende dingen. Niet in Jezus' tijd. Tussen toen en nu ligt tweeduizend jaar wetenschap. Huiduitslag maakte mensen toen bang omdat men geen idee had van wat er juist aan de hand was, en zeker niet van de prognose. Men wist wel dat het het begin kon zijn van iets heel ergs; misschien was het besmettelijk, misschien ook niet. Maar het was hoe dan ook verdacht.

Dat een zieke zich door een priester moest laten onderzoeken klinkt in onze oren vreemd. Maar in het Jodendom van toen, net als in vele (primitieve) samenlevingen, vervulde een priester meerdere maatschappelijke taken: hij was niet alleen de bedienaar van de eredienst, hij fungeerde onder meer ook als medicus én als gezondheidsambtenaar. Hij onderzocht de zieke en verklaarde hem rein of onrein. 'Onrein' was het cultische synoniem voor 'melaats'. In de Bijbel dekt het etiket 'melaatsheid' dus een brede waaier van aandoeningen, en binnen die brede waaier is wat wij onder 'melaatsheid', onder ‘lepra’ verstaan, slechts één van de mogelijkheden. In het allereerste stadium van lepra vertoont de huid ook witte en voze vlekken. Meer nog, zelfs kleding kon 'melaats' verklaard worden, wanneer die bijvoorbeeld bevlekt was geraakt door verdachte huiduitslag of -wonde.

Wie onrein was verklaard, werd uit preventieoverwegingen uit de samenleving verwijderd. Hij/zij mocht door niemand aangeraakt worden. Wie per ongeluk een onrein iemand had aangeraakt, werd ook onrein beschouwd. Dat niet-aanraken was ieders verantwoordelijkheid, ook die van het slachtoffer: hij mocht zich niet laten aanraken. Het was dus belangrijk dat men van op afstand kon zien of iemand onrein was. Vandaar een hele reeks voorzorgsmaatregelen [twee hoofdstukken lang in het boek Leviticus, 13 en 14]. Een klein stukje daaruit staat in lezing uit Leviticus. [In de Middeleeuwen, was dat bij ons niet anders: melaatsen liepen toen met een ratel rond om wie in de buurt kwam weg te jagen.]

‘Zolang de ziekte duurt’, staat er. Wie vermoedde dat hij van zijn huidaandoening genezen was, mocht zich weer bij de priester aanmelden. Verklaarde die hem opnieuw 'rein', dan kon de genezene weer zijn plaats in de samenleving innemen.

Met dit alles in het achterhoofd moeten we het evangelie lezen.


Mij valt het op dat, anders in de meeste genezingsverhalen, hier geen link wordt gelegd tussen 'genezing' en 'geloof’ of ‘vergeving van zonden'. Er staat alleen dat Jezus medelijden kreeg. Hij handelde dus los van de persoonlijke ingesteldheid van de melaatse.

Ik zei dat een melaatse in de context van die tijd niet alleen een zieke was, maar, meer nog, - bij wet van Mozes! - een uitgestotene, totaal afgesneden van zijn familie en zijn thuisbasis. Maar wat wordt hier verteld?

De zgn. melaatse verzaakt aan zijn burgerplicht! Ondanks zijn onreinheid en het eventuele besmettingsgevaar zoekt hij contact met een medeburger. ‘U kunt me weer rein maken’ riep hij. Misschien was dat een kreet van geloof, maar het kan ook een wanhoopskreet geweest zijn [zoals in onze tijd mensen wanhopig heil zoeken bij paragnosten of andere kwakzalvers].

Maar ook Jezus gaat over de schreef! Hij doorbreekt de barrière, opgelegd door de 'wet' en het gezond verstand. Hij gaat naar de man toe, steekt zijn hand uit en... ‘raakt hem aan’ Hij kiest dus voor solidariteit tot in het onreine!

Sociale barrières die mensen isoleren, doorbreken is een vast patroon in het optreden van Jezus in alle vier de evangelies. Hij zoekt maatschappelijk uitgestoten mensen op: melaatsen, een overspelige vrouw, tollenaars, door de duivel bezetenen, de vrouw die onrein was omdat ze aan voortdurende bloedingen leed, de Samaritaanse met haar vijf minnaars, de Romeinse honderdman,... allemaal mensen die door de weldenkende Joodse samenleving werden uitgespuwd. Sommigen hadden door wangedrag hun isolement zelf uitgelokt; anderen waren voor hun marginalisering niet zelf verantwoordelijk omdat het een kwestie was van noodlot, van ziekte, van vreemdeling-zijn of wat dan ook. Of het hun eigen fout was of niet, maakte voor Jezus niets uit. Hij lapte die maatschappelijke barrières aan zijn laars.

Meer nog,. Jezus neemt niet alleen contact met hen op. Hij zorgt ervoor dat die marginalen weer hun plaats binnen de samenleving kunnen innemen. Hier: ‘Ga naar de priester en laat je door hem gezond' verklaren’.

Dit woord geeft aan het verhaal een aparte dimensie. Gezond verklaard door de priester, mag de man weer zijn plaats innemen in de gemeenschap. Maar zo eenvoudig is dit niet. Wie bereid is met deze ex-melaatse normale betrekkingen aan te gaan, legitimeert daarmee het onorthodoxe gebeuren dat aan de basis lag van die genezing: het publiekelijk negeren van de wettelijk voorgeschreven preventieregels. Zowel door de melaatse die het initiatief nam, als door Jezus die, door medelijden bewogen, de man genezend had aangeraakt.

‘Van alle kanten kwamen mensen naar Hem toe’, besluit het verhaal. Die vonden dus dat mensen belangrijker zijn dan regels. Al die anderen - zij voor wie fatsoensnormen 'heilig' waren - konden wellicht minder waardering opbrengen voor de genezing van die melaatse. Zij keerden de gemeenschap van Jezus' volgelingen de rug toe.

En daarmee ligt de vraag op ons bord of wij, zoals Jezus door medelijden bewogen, ons, zo nodig maatschappelijk onorthodox, durven/willen engageren om de sociaal melaatsen op onze dagen de hand te reiken en hen te genezen door hun middelen en mogelijkheden aan te bieden om zich in onze samenleving te integreren.

Blijven we ons verschuilen achter de heersende maatschappelijke barrières en heulen we mee met de populistische zondebokkenmentaliteit, dan maken we ons medeplichtig aan hun sociale melaatsheid. Daarmee plaatsen we onszelf buiten de gemeenschap rond Jezus Christus.

Marc Christiaens o.p., Schilde

 
  Prekenlijst