Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  29 januari 2012 - vierde zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Deuteronomium 18,15-20 
Marcus 1,21-28

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Kwade geesten bestrijden

Er zijn gezaghebbende personen die hun gezag ontlenen aan hun ambt of functie. Een minister bijvoorbeeld, een bisschop, een gerenommeerde hoogleraar, of een journalist met grote faam in de algemene opinie.
Jezus kon niet preken met een ambtelijk gezag. Hij was geen schriftgeleerde maar een gewone leek met niet de minste faam. Maar onmiddellijk na zijn eerste openbaar optreden in Kafarnaüm verspreidde zijn faam zich overal in de streek. Hij had zijn toehoorders geestdriftig gemaakt. Ze vonden dat hij sprak als iemand met gezag en ze hadden gezien dat hij macht had over boze geesten.

'Een nieuwe leer met groot gezag' zeiden de mensen in de synagoge verbaasd tegen elkaar. 'Niet zoals de schriftgeleerden.' Dat is zo'n tweeduizend jaar geleden. Zijn er ook nog in onze tijd mensen die dit over Jezus zeggen? Dat hangt af van diegenen die zijn hedendaagse tolken zijn. Dat zijn niet alleen de mensen met het ambtelijk gezag van predikanten, dat is eigenlijk iedereen die zich christen noemt. Tolken hebben de opdracht Jezus' woorden voor mensen van onze tijd om te zetten in een taal die voor hen klinkt als een nieuwe boodschap: het 'goede nieuws' dat het evangelie is. De eerste woorden die Jezus in het openbaar gesproken heeft vatten het samen: 'Gods koninkrijk is ophanden.'

Schriftgeleerden zoals die in Jezus' tijd zijn van alle tijden. Ook van onze tijd. Ze spreken als geautoriseerde vertolkers van de geldende wetten en de gevestigde traditie. Maar er zijn er veel van wie het gezag niet wordt erkend omdat ze niet mee zijn met onze tijd. Er zijn er die door hun gedrag het woord van hun Heer ontluisteren. Ze verliezen hun gezag omdat ze zelf niet doen wat ze de anderen voorhouden.

Jezus deed wat hij zei. Hij bracht Gods koninkrijk metterdaad nabij door iemand in de synagoge te bevrijden van de boze geest die hem in zijn greep gevangen had. Marcus beschrijft hier de eerste keer dat hij dit deed. Verderop in hoofdstuk 1 vermeldt hij dat Jezus veel duivels uitdreef. Later zei Jezus in een discussie met mensen die hem aan het werk hadden gezien: "Als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is zijn koninkrijk bij jullie gekomen" (Lucas 11,20). Het koninkrijk van God is de ruimte waarin de macht van het kwaad door God is gebroken en de weldoende effecten van zijn heerschappij aan mensen te beurt vallen.

In ons wereldbeeld bestaan er geen engelen en duivels meer. Wij geloven niet meer in bovenaardse boze geesten die vanuit hun hemel mensen in bezit nemen, van zichzelf beroven en naar hun pijpen doen dansen. We zeggen nog wel van sommige mensen dat ze 'van de duivel bezeten' zijn, maar daarmee bedoelen we dat zo iemand de symptomen van een geesteszieke vertoont of lijdt aan een aanval van epilepsie. Zulke mensen zijn van zichzelf vervreemd. Maar we roepen niet de hulp van een duivelbezweerder in. Ze moeten medisch of psychiatrisch behandeld worden.

Psychologen hebben lijsten gemaakt van geesten die mensen in hun greep kunnen houden: leugen, geldzucht, prestigedrang, achtervolgingswaan, fobieën, en noem maar op. Maar het gewone taalgebruik leert ons dat we het woord 'duivel' en aanverwanten niet kunnen missen. Iedereen van ons kent zeker mensen die bezeten zijn door de geldduivel. Er zijn mensen die geplaagd worden door obsessies die als kwelduivels hun leven vergallen. Het gebeurt ook dat we mensen demoniseren: zo veel kwaad in hen projecteren en over hen vertellen dat ze door iedereen gemeden worden als waren ze de duivel in persoon.

We moeten nog altijd bidden tot God onze Vader: 'verlos ons van het kwade'. Met zijn hulp staan we niet machteloos tegenover de genoemde en andere vormen van duivelse bezetenheid. We kunnen alvast beginnen met mensen te helpen om in te zien welke demonen hen in hun greep hebben en van zichzelf vervreemden. En laten we eerst beginnen met te kijken waar we zelf door kwade geesten worden onteigend.

Minstens even belangrijk is dat we oog hebben voor de 'goede geesten' waardoor mensen zich laten bezielen. Ook het woord 'engel' kunnen we in onze woordenschat niet missen. Een engel, zegt Van Dale's woordenboek, is 'iemand met de eigenschappen die aan engelen worden toegekend': die liefde en toewijding betoont, iemand die een toonbeeld van een mens is. We spreken van een 'engelbewaarder', Er zijn mensen die hun vrouw of hun man 'mijn engel' noemen. Enzovoort.

Het komt er dan op aan ons geloof en dat van anderen in de macht van 'goede geesten' sterk genoeg te maken om ons en anderen te ontworstelen aan de kwade machten die ons beduvelen. 'Goede geesten' zijn krachten die aan het werk zijn waar mensen met hun medemensen omgaan, in het spoor van Jezus, onder de stuwing van Gods heilige Geest.

Kwade geesten de baas worden vereist dat we ons tot het goede bekeren. Zo heeft Jezus het gezegd toen hij begon te preken. Kom tot inkeer en geloof in het goede nieuws dat het koninkrijk van God nabij komt.

R. De Brandt

Geïnspireerd door Dries Morel, Zijn verhaal is ons verhaal. Tabor, Brugge 1993, p. 166-168 en een preek van J. Van Oostveld: http://preken.atspace.com/bb4zondag.htm

 
  Prekenlijst