18 december 2011 - vierde adventszondag afdrukken  Word-document






 


Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

2 Samuël 7,1-5.8-12.14-16
Lucas 1,26-38

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Wees gegroet

 

Vrome christenen zeggen het tientallen keren na elkaar als ze de rozenkrans bidden: 'Wees gegroet, Maria, de Heer is met u'. De grote promotoren van het rozenkransgebed zijn sinds eeuwen de dominicanen. Men kan er zich over verwonderen dat uitgerekend de dominicanen een zo eenvoudig gebed promoten. Maar de geleerde Thomas van Aquino zei dat de reden waarom we God niet kunnen begrijpen juist zijn uiterste eenvoud is. Naarmate je dichter bij Gods verblindende eenvoud komt, kun je die eenvoud alleen maar langzaam en met behulp van zijn genade bereiken.
De rozenkrans is uiterst eenvoudig. Maar wellicht is dat een uitnodiging om de diepe eenvoud van de ware wijsheid op het spoor te komen.

 

Het weesgegroet begint met de groet van de engel Gabriël aan Maria. Engelen zijn met hun hele wezen gericht op de verkondiging van de Blijde Boodschap. De boodschap van Gabriël proclameert het wezen van alle verkondiging: 'De Heer is met u'. Wij moeten geen engelen zijn om zijn boodschap tot de onze te maken: 'Gegroet, Daniël, gegroet, Erik, gegroet, Lutgart; de Heer is met je'. Ze verkondigt de kern van onze menselijke roeping.

Aanvankelijk bestond het weesgegroet alleen uit de groet van de engel en die van Elisabet. Ons gebed bestond dus uit woorden die ons gegeven waren. Pas later, na het concilie van Trente, werden onze eigen woorden aan die van Maria toegevoegd. Het tweede deel van het gebed is een echo van het eerste.

We denken vaak dat bidden de inspanning is die we leveren om te spreken met God. Bidden kan dan het gevecht lijken dat we leveren om een verre God te bereiken. Hoort Hij ons wel? Het eenvoudige rozenkransgebed leert ons dat dit niet zo is. Wij doorbreken de stilte niet. Als we spreken, antwoorden we op een woord dat tot ons wordt gesproken. We worden opgenomen in een gesprek dat al begonnen is zonder ons. De engel verkondigde het Woord van God. En dat schept een ruimte waarin wij op onze beurt kunnen spreken. Aan woorden geen gebrek meer: woorden voor God en woorden voor elkaar.
Misschien kunnen we zelfs meer zeggen. Meester Eckhart zei ooit: 'Wij bidden niet, we worden gebeden.' Onze woorden zijn de voortzetting van het Woord dat tot ons wordt gesproken. Als we bidden, dan bidt God in ons, dan zegent en prijst Hij ons.

De woorden van de engel beloven vruchtbaarheid. Vruchtbaarheid voor een maagd en voor een onvruchtbare vrouw. Gods zegen maakt ons vruchtbaar. Door onze individuele geboorte zijn we allemaal de vrucht van een schoot die werd gezegend.

Ik geloof dat de zegen die de engel beloofde zich altijd en in elk mensenleven uit in de vorm van vruchtbaarheid. Het is de zegen van een nieuwe start, de genade van het prille begin. Het is best mogelijk dat we gemaakt zijn naar Gods beeld en gelijkenis omdat we deelhebben aan zijn creativiteit. We zijn Gods partners in het scheppen en herscheppen van de wereld. Het meest aangrijpende en wonderlijke voorbeeld hiervan is de geboorte van een kind. Maar zelfs mannen die dit mirakel niet kunnen voltrekken, ook zij zijn met vruchtbaarheid gezegend. Waar ze geconfronteerd worden met onvruchtbaarheid, steriliteit of doelloosheid komt God met een vruchtbaar woord.

Als God ons nabijkomt, kunnen wij creatief worden, herscheppen en nieuw maken: door de aarde te bewerken, door te zaaien en te planten of door het beoefenen van schilderkunst en poëzie.

Elk weesgegroet roept de individuele pelgrimstocht op die ieder van ons moet maken, van geboorte tot dood. Het gaat over drie momenten van ons leven, de enige die we met absolute zekerheid kunnen kennen: we werden geboren, we leven nu en we zullen ooit sterven.

'Heilige Maria, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood.' Het weesgegroet geldt voor het 'nu' in elk moment van ons leven. Het is nù dat we moeten volhouden en overleven op onze weg naar het Koninkrijk. We bidden het bij het uur van de dood, of anderen zullen het dan in onze nabijheid bidden. Het wordt dan een gebed voor een nieuwe geboorte. We doen zoals T.S. Eliot die een van zijn gedichten als volgt laat beginnen: "Bid voor ons, nu en in het uur van onze geboorte."
Op elk van moment dat we bidden, verlangen we alleen maar hetzelfde: een nieuwe geboorte. Wij, zondaars, kijken niet zozeer uit naar een barmhartigheid die gewoonweg vergeet wat we gedaan hebben, maar naar een barmhartigheid die ons opnieuw en ongerept geboren doet worden. Oog in oog met de dood verlangen we opnieuw naar de woorden waarmee de engel een nieuwe vruchtbaarheid aankondigde. Ons leven staat immers open voor God, die altijd weer oneindig nieuw en onuitputtelijk ongerept is. Iedere keer opnieuw komt de engel met een nieuwe aankondiging van de Blijde Boodschap.

Ten slotte: het is waar dat mensen vaak niet aan God denken als ze de rozenkrans bidden. Misschien denken ze urenlang wel nergens aan. Ze zitten daar alleen maar wat te zitten en zeggen hun gebeden. Maar dat kan goed zijn.
Als we de rozenkrans bidden, vieren we dat de Heer inderdaad bij ons is en dat we in zijn aanwezigheid staan. We proberen niet gedachten over God te krijgen. In plaats daarvan scheppen we vreugde in de woorden van de engel, die tot ieder van ons worden gericht: 'De Heer is met u'.

Timothy Radcliffe o.p.

(uit Zusters en broeders, Lannoo, Tielt 2003, p. 136-151)