| Preek van de week |
|
|
||
| 22 januari 2012 - Derde zondag |
|
|
Lezingen:
Jona
3,1-5.10
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
In het Marcusevangelie gebeurt
alles 'terstond'. De evangelist gebruikt het woord meer dan 20 keren. Hij
wil ermee zeggen dat de dingen die Jezus zei en deed onmiddellijk effect
hadden. Maar het woord dient vooral om te benadrukken dat de tijd altijd
kort is. Je mag geen tijd verliezen, je moet vlug doen wat je te doen staat
vóór het gunstig moment voorbij is. De profeet Jona werd door God naar Nineve gezonden, een
heidense stad waar kwaad en zonde hoogtij vierden. Namens God moest hij de
inwoners waarschuwen dat hun stad over veertig dagen van de aarde zou worden
weggevaagd. 'U hebt maar veertig dagen om u te bekeren.' Tot zijn verbazing
geloofden ze hem en begonnen onmiddellijk met man en macht boete te doen. En
God voerde zijn dreigement niet uit, Hij spaarde Nineve.
Paulus heeft in zijn brief aan de Korintiërs niet veel
woorden nodig om hen te waarschuwen. 'De tijd is kort geworden. Laat u niet
langer in beslag nemen door wat u altijd nog bezighoudt. U mag niet opgaan
in de aardse dingen waar u mee omgaat, want weldra gaat de wereld die wij
kennen ten onder.' Paulus wilde de Korintiërs ervan overtuigen dat ze hun
leven moesten inrichten met het oog op het - volgens hem - nabije einde der
tijden. Anders gaan leven.
Toen Johannes de Doper gevangen was genomen brak er een
nieuw tijdperk aan. Het tijdperk van Jezus. Hij verhuisde naar Galilea en
begon daar te preken. Hij verkondigde goed nieuws vanwege God: dat de tijd
rijp was voor de komst van zijn koninkrijk. Hij riep de mensen op: 'geloof
in dit goede nieuws en laat uw leven erdoor beheersen'. Hij vroeg vissers
hem te volgen. Terstond lieten ze hun visnetten en hun boot achter en gingen
achter Jezus achter Jezus aan.
Het goede nieuws van Jezus was een heel andere boodschap
dan die van Jona. 'Over veertig dagen wordt u door een vreselijke ramp
getroffen!' In onze tijd zijn zulke boodschappen dagelijkse kost. Over de
rampzalige gevolgen van de toenemende opwarming van de aarde als we niet
anders gaan leven. Over de eurozone die ineenstort als we het algemeen
belang niet laten voorgaan op onze nationale belangen. Over ons
pensioensysteem dat verschrompelt als we niet bereid zijn om langer te
werken. Enzovoort.
Ook de belofte van Jezus dat hij de vissers die hem
volgden zou omscholen tot vissers van mensen verschilde totaal van het
dreigement van de profeet Jeremia aan het adres van het zondige volk.
"Ik laat vissers komen om hen te vangen en daarna jagers om hen op te
jagen" (16,16). Hij beloofde dat hij mensen die hem volgden in staat
zou stellen om medemensen op te vissen, op te tillen uit het duistere water
van kwaad en zonde waarin ze dreigden te verzuipen.
Jezus zelf was de eerste mensenvisser. 'Bekeer u en
geloof in het goede nieuws', preekte hij. Hij wist dat mensen altijd
bekering nodig hebben. Maar hij dreigde niet met de straf van de hel. Hij
gaf de beste reden voor bekering: 'Gods koninkrijk is ophanden'.
Dit goede nieuws van Gods nabije koninkrijk dateert van
ongeveer tweeduizend jaar geleden. Is het intussen al gekomen? We bidden er
nog altijd voor tot God onze Vader: 'laat uw rijk komen'. Is het dan nooit
verder dan 'nabij' gekomen? Of altijd vluchtig gepasseerd omdat te weinig
mensen de korte tijd die hun werd gegund aangegrepen hebben om zich te
bekeren tot een andere wijze van leven? Zwartkijkers zeggen dat het nu
verder weg is dan ooit.
Maar christen gelovigen kunnen geen pessimisten zijn. Ze
geloven dat de oproep van Jezus om hem te volgen, tweeduizend jaar geleden,
een permanente oproep is, dat hij iedere tijd opnieuw geldt en voor iedereen
die zich christen blijft noemen.
'Ik zal van jullie mensenvissers maken', zei Jezus tot
zijn eerste volgelingen. Ook dit is geen verleden tijd. Iedereen die ernst
maakt met zijn christelijk geloof, weet zich geroepen tot de taak van
mensenvisser. Mensen vissen in de evangelische zin van het woord moet je
niet doen op de wijze van Jehova's getuigen die het moeten hebben van hun
welsprekendheid. Wij moeten het hebben van de wervingskracht die uitgaat van
een authentiek beleefd christelijk geloof. Uit kracht daarvan kunnen we
mensen verlossen uit hun vereenzaming en verlorenheid. We kunnen een
helpende hand bieden aan mensen die aan lager wal zijn geraakt.
Laten we nooit vergeten dat wij allen geroepen zijn om
met Gods genade te helpen om de tijd van zijn komende koninkrijk in
vervulling te doen gaan.
B.J.De Clercq o.p.
Geïnspireerd door Benoît Standaert, Marcus in de liturgie, Licap, Brussel 1966, p. 88-90 |
| |