Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  22 januari 2012 - Derde zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jona 3,1-5.10
1 Korintiërs 7,29-31
Marcus 1,14-20

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De vervulde tijd

In het Marcusevangelie gebeurt alles 'terstond'. De evangelist gebruikt het woord meer dan 20 keren. Hij wil ermee zeggen dat de dingen die Jezus zei en deed onmiddellijk effect hadden. Maar het woord dient vooral om te benadrukken dat de tijd altijd kort is. Je mag geen tijd verliezen, je moet vlug doen wat je te doen staat vóór het gunstig moment voorbij is.
In de drie Schriftlezingen van deze zondag gaat het over een korte tijd die niet mag voorbijgaan zonder dat de dingen gebeuren en de beslissingen genomen worden die de verdere toekomst bepalen.

De profeet Jona werd door God naar Nineve gezonden, een heidense stad waar kwaad en zonde hoogtij vierden. Namens God moest hij de inwoners waarschuwen dat hun stad over veertig dagen van de aarde zou worden weggevaagd. 'U hebt maar veertig dagen om u te bekeren.' Tot zijn verbazing geloofden ze hem en begonnen onmiddellijk met man en macht boete te doen. En God voerde zijn dreigement niet uit, Hij spaarde Nineve.

Paulus heeft in zijn brief aan de Korintiërs niet veel woorden nodig om hen te waarschuwen. 'De tijd is kort geworden. Laat u niet langer in beslag nemen door wat u altijd nog bezighoudt. U mag niet opgaan in de aardse dingen waar u mee omgaat, want weldra gaat de wereld die wij kennen ten onder.' Paulus wilde de Korintiërs ervan overtuigen dat ze hun leven moesten inrichten met het oog op het - volgens hem - nabije einde der tijden. Anders gaan leven.

Toen Johannes de Doper gevangen was genomen brak er een nieuw tijdperk aan. Het tijdperk van Jezus. Hij verhuisde naar Galilea en begon daar te preken. Hij verkondigde goed nieuws vanwege God: dat de tijd rijp was voor de komst van zijn koninkrijk. Hij riep de mensen op: 'geloof in dit goede nieuws en laat uw leven erdoor beheersen'. Hij vroeg vissers hem te volgen. Terstond lieten ze hun visnetten en hun boot achter en gingen achter Jezus achter Jezus aan.

Het goede nieuws van Jezus was een heel andere boodschap dan die van Jona. 'Over veertig dagen wordt u door een vreselijke ramp getroffen!' In onze tijd zijn zulke boodschappen dagelijkse kost. Over de rampzalige gevolgen van de toenemende opwarming van de aarde als we niet anders gaan leven. Over de eurozone die ineenstort als we het algemeen belang niet laten voorgaan op onze nationale belangen. Over ons pensioensysteem dat verschrompelt als we niet bereid zijn om langer te werken. Enzovoort.

Ook de belofte van Jezus dat hij de vissers die hem volgden zou omscholen tot vissers van mensen verschilde totaal van het dreigement van de profeet Jeremia aan het adres van het zondige volk. "Ik laat vissers komen om hen te vangen en daarna jagers om hen op te jagen" (16,16). Hij beloofde dat hij mensen die hem volgden in staat zou stellen om medemensen op te vissen, op te tillen uit het duistere water van kwaad en zonde waarin ze dreigden te verzuipen.

Jezus zelf was de eerste mensenvisser. 'Bekeer u en geloof in het goede nieuws', preekte hij. Hij wist dat mensen altijd bekering nodig hebben. Maar hij dreigde niet met de straf van de hel. Hij gaf de beste reden voor bekering: 'Gods koninkrijk is ophanden'.

Dit goede nieuws van Gods nabije koninkrijk dateert van ongeveer tweeduizend jaar geleden. Is het intussen al gekomen? We bidden er nog altijd voor tot God onze Vader: 'laat uw rijk komen'. Is het dan nooit verder dan 'nabij' gekomen? Of altijd vluchtig gepasseerd omdat te weinig mensen de korte tijd die hun werd gegund aangegrepen hebben om zich te bekeren tot een andere wijze van leven? Zwartkijkers zeggen dat het nu verder weg is dan ooit.

Maar christen gelovigen kunnen geen pessimisten zijn. Ze geloven dat de oproep van Jezus om hem te volgen, tweeduizend jaar geleden, een permanente oproep is, dat hij iedere tijd opnieuw geldt en voor iedereen die zich christen blijft noemen.

'Ik zal van jullie mensenvissers maken', zei Jezus tot zijn eerste volgelingen. Ook dit is geen verleden tijd. Iedereen die ernst maakt met zijn christelijk geloof, weet zich geroepen tot de taak van mensenvisser. Mensen vissen in de evangelische zin van het woord moet je niet doen op de wijze van Jehova's getuigen die het moeten hebben van hun welsprekendheid. Wij moeten het hebben van de wervingskracht die uitgaat van een authentiek beleefd christelijk geloof. Uit kracht daarvan kunnen we mensen verlossen uit hun vereenzaming en verlorenheid. We kunnen een helpende hand bieden aan mensen die aan lager wal zijn geraakt.

Laten we nooit vergeten dat wij allen geroepen zijn om met Gods genade te helpen om de tijd van zijn komende koninkrijk in vervulling te doen gaan.

B.J.De Clercq o.p.

Geïnspireerd door Benoît Standaert, Marcus in de liturgie, Licap, Brussel 1966, p. 88-90

 
  Prekenlijst