|
|
|
|
| 11 december 2011 - derde adventszondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Jesaja 61,1-2.10-11
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
'Zonder dat u Hem herkent staat Hij al in uw midden', zei de Doper tegen de officials. Stevig taalgebruik, zeker als je bedenkt tegen wie hij zich richtte. Zij, van alle mensen, mogen toch in staat worden geacht de Messias te herkennen wanneer Hij voor hen staat. Blijkbaar is het toch niet zo simpel om de Gods gezalfde aan te duiden. Het veronderstelt geloof, vertrouwen, oprechte openheid en bovenal een gemeenschappelijk leerproces. 'Een stem die roept in de woestijn', zei de Doper van zichzelf. Dit kan mogelijk ook begrepen worden als een, ietwat verkapte, kritiek richting de delegatie van de Joodse autoriteiten. Een 'stem in de woestijn' betekent zoveel als een stem voor dovemansoren. De boodschap wordt niet gehoord. Dit is ook waar wij ons voor dienen te behoeden: dat we niet doof zijn voor de boodschap. Het woord dat klinkt, in de schreeuw van de hulpbehoevende medemens, in de echo van de stem van de minstbedeelden van onze samenleving. Want dààr zal het zijn, in de ontmoeting met onze naaste, waar wij hem zullen kunnen herkennen. Zoals Levinas het op legendarische wijze verwoord heeft: 'Le visage d'autrui, c'est l'épiphanie du Seigneur'. In de synoptische evangelies beschrijft Jezus de Doper als Elia, die de mensen moest voorbereiden op de komst van de Messias zie bv. Matteüs 11,14). De doopactiviteit van Johannes heeft een berouw wekkende en verzoenende functie. In het Johannesevangelie ligt het accent op de zending van de Doper om de Messias aan het volk aan te wijzen. Bij de synoptici komen de schriftgeleerden naar Johannes toe om zich samen met het volk te laten dopen, terwijl ze hier louter komen om vragen te stellen. De evangelist zet hen zo op nog grotere afstand door Johannes hen niet te laten dopen: tekenend voor een kloof tussen schriftgeleerden en het 'gewone volk'. Misschien hebben wij in deze tijd ook nood aan een figuur als Johannes de Doper. Iemand die ons wijst waar we ons op moeten richten, wat er werkelijk toe doet. Iemand die de waarheid durft te zeggen, zich kritisch durft uit laten, zeggen waar de schoen knelt. De vergelijking met de groeiende kloof tussen de lokale kerken of basisgemeenschappen en het Roomse magisterium is snel gemaakt. Het is niet in Jeruzalem, bij de autoriteiten, waar je de Messias moet gaan zoeken, daarom legde Johannes ook zo de nadruk op de plaats van het gebeuren: van Jeruzalem weg, aan de overkant van de Jordaan. In hedendaagse termen vertaald, geeft dat: het is niet in Rome, niet in strikte dogma's of theologische systemen waar je Hem zult vinden. Neen, Hij gebeurt hier, en nu. Het is zeer concreet: hier, in uw midden, staat Hij al. Temidden van een gemeenschap, want: 'waar twee of meer bijeen zijn in mijn naam, ben ik in hun midden'. Het is dan ook eerder de taak van de concrete gemeenschap, van u en mij, om Hem te leren zien, om het proces van het leren herkennen gezamenlijk op te nemen, ons er voor open te stellen. Dan krijgt het Licht de kans om binnen te treden en onze ogen te openen om ons te laten verstààn. Johannes legde getuigenis van dit komende licht af. Hij heeft Gods eigen getuigenis mogen ontvangen en erin geloofd: derhalve is hij in staat om over Jezus te getuigen voor de mensen. Zijn optreden als doper was de gelegenheid om de Messias te herkennen en te verkondigen; zo moet ook iedereen in zijn eigen omgeving het Licht, Jezus de Christus, herkennen en verkondigen. Wanneer we Hem dan hebben kunnen herkennen, impliceert dit een noodzakelijk overgaan tot handelen. Niet vroom contempleren over een ver-Licht-ing, maar de boodschap voortvertellen en omzetten in daden, in het spoor van Jezus. Moge het Licht tot ons komen, opdat wij Hem herkennen kunnen, en dat wij dit Licht vervolgens uitdragen, doorheen onze gemeenschap, naar buiten toe. Amen. Jessica van ’t Westeinde, Filosofenfontein (2008) |