| Preek van de week |
|
|
||
| 15 januari 2012 - Tweede zondag |
|
|
Lezingen:
1
Samuël, 3,3-19
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Twee volgelingen van
Johannes de Doper hoorden hem zeggen: ‘Kijk, daar loopt de man, het Lam
van God.’ Ze gingen met Jezus mee, schrijft de evangelist. ‘Lam Gods’ heeft in de Bijbel verschillende
betekenissen. Het verwijst allereerst naar het paaslam dat aan de vooravond
van de uittocht uit de slavernij van Egypte werd gegeten. Het houdt ook een
verwijzing in naar het offerlam in de tempel en zeker een verwijzing naar de
boekrol Jesaja waar het lam zijn mond niet opendoet wanneer het naar de
slachtbank wordt geleid. Bij Jesaja staat het lam voor het beeld van de
rechtvaardige die vervolgd wordt en die langs de weg van geweldloosheid,
lijden en dood toekomst brengt, bevrijding voor de mensen. Het is het beeld
van de reddende en verzoenende aanwezigheid van God.
In Jezus komen al die betekenissen bij elkaar: de
lijdende dienstknecht, de voorvechter van vrede en gerechtigheid, de
Gezondene van God die naar echte vrijheid voert. Naar die krachtige persoon
verwijst Johannes de twee leerlingen. Het hoeft ons dan ook niet te
verwonderen dat zij achter die man aan gaan, hem volgen.
Het eerste woord dat Jezus tot hen richt is een vraag:
Wat zoeken jullie? Wat verlangen jullie? Jezus stelde geen eisen, geen
geboden of verboden, maar een vraag.
Ja, wat zoeken wij eigenlijk? Wat is ons groot verlangen?
Zopas nog, met Nieuwjaar, hebben wij elkaar toegewenst wat we verlangen voor
onszelf en voor de anderen. Geluk in het leven. Een goede gezondheid.
Vertrouwen in de toekomst. Vriendschap. Liefde.
Al weten we dat het niet haalbaar is, toch blijft de mens
verlangen, verlangen naar iets dat verder reikt. Ook al zijn onze meeste
behoeften vervuld, toch leeft in de mens een onvervuld verlangen. Want er is
meer dan wat we kunnen kopen in de winkels, ook al blijven ze 's nachts open
en sluiten ze niet op zondag.
Bij dit onvervuld verlangen van de mens sluit de vraag
van Jezus aan: wat zoeken jullie? Het antwoord van de twee leerlingen is een
wedervraag: ‘Meester, waar logeert u? Waar verblijft u?’ Kom mee, zei
Jezus, dan zal je het zien. En ze bleven die dag bij Hem.
Jezus nodigt hen uit met hem mee te gaan en zelf te
ontdekken wie Hij is. Dit vraagt tijd, dit vraagt dat je bij Hem blijft.
Want wil je iemand kennen, dan moet je er tijd voor nemen, moet je bij hem
of haar ver blijven. Ook wij weten nog precies waar en wanneer ons hart
ontvlamde voor de grote liefde. De plaats en de dag staat in ons geheugen
gebrand.
Waar Jezus verbleef, wordt niet gezegd. Wat er verteld
werd krijgen we evenmin te horen. Wat we wel weten is dat deze ontmoeting
niet zonder gevolg bleef. Onmiddellijk deelden zij hun ervaring met anderen
en werden zij enthousiaste getuigen. Andreas vertelde het aan zijn broer
Petrus. Filippus op zijn beurt aan Natanaël.
Zo heeft de boodschap van Jezus ook ons bereikt,
getuigenis na getuigenis, ontmoeting na ontmoeting. Mannen en vrouwen van
alle tijden hebben Jezus mogen ontmoeten en hebben zich door Hem laten raken
doorheen woord en getuigenis. Zo gaat het verhaal van Jezus verder.
Ook wij zijn schakels in deze ketting. Zoals de eerste leerlingen worden
wij uitgenodigd deze ontmoeting met de Heer Jezus te beleven om nadien
tegenover anderen te getuigen, zodat ook zij op weg gaan, Jezus achterna.
Aan ons om aan onze medemensen te tonen waar de Heer
Jezus vandaag verblijf houdt. P. Stef Met dank aan Kees Pannekoek, Verwijlen in Emmaüs
en Mgr Jozef De Kesel, Tekstboek Brussel-Allerheiligen 2006 |
| |