4 december 2011 - tweede adventszondag afdrukken  Word-document






 


Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 40,1-5.9
Marcus 1,1-8

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


De essentie van het leven herontdekken

 

We lezen het begin van het evangelie zoals Marcus het heeft opgetekend: "Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus, zoon van God". Droog weg, zakelijk. Geen gestoei met wonderlijke geboorte of het bezoek van een engel aan een maagd. Geen herders in het veld of engelen aan de hemel en ook al geen koningen uit het oosten. Niets van dat alles.
Marcus komt meteen terzake, droogweg: begin van de blijde boodschap van Jezus Christus. En toch is ook hij weer op zijn manier speciaal. Want zijn evangelie begint niet met de figuur van Jezus, maar met een oude tekst. Uit de profeet Jesaja. Een profeet van meer dan 500 jaar terug. Even kun je de indruk krijgen in een verkeerd stuk te zijn terecht gekomen.
Maar niets is minder waar!

 

Marcus stapt bewust in een geschiedenis die al eeuwen gaande is. Sinds mensenheugenis leeft in Israël het besef dat mensen in beweging worden gebracht door een stem. Een roepstem. Mensen voelen zich aangesproken. Dat is het meest duurzame beeld dat mensen zich van God hebben gevormd. Wie of wat God is weten we niet zo goed, en ook in de bijbel treffen we verschillende beelden van God. Beelden die tijdgebonden zijn, cultuurgebonden, want het zijn uiteraard mensen die deze beelden hebben bedacht. Veel van die beelden zeggen ons vandaag nog maar weinig of niets. God als rechter, of als koning, of als bevelhebber van de troepen. En toch lijkt zich doorheen die veelheid van tijdsgebonden beelden een rode draad af te tekenen. En wel vanaf de allervroegste geschiedenis: de rode draad, het beeld van de roepstem.

Dit is inderdaad de fundamentele ervaring die geldig blijft tot op vandaag. Mensen weten zich aangesproken. Ze voelen dat ze met hun leven iets aan moeten. Er iets mee moeten doen. Je krijgt het leven zomaar. Het is geschenk. Maar je deelt het met anderen. En je weet je voor elkaar verantwoordelijk. Zo worden we mens aan en met elkaar. Omdat we van elkaar onze naam krijgen. Omdat we er met ons gezicht zijn voor de ander: aanspreekbaar. Met het vermogen antwoord te geven. Verantwoordelijk voor elkaar.

Zo staan mensen in een geschiedenis die zich uitstrekt over eeuwen, en waarin telkens weer hetzelfde gebeurt: ze weten zich geroepen. Of ze antwoord geven is hun vrije keuze. In die geschiedenis verschijnt straks Jezus van Nazareth. Hij betekent een nieuw begin. Maar hij kan niet zonder de geschiedenis die aan hem is vooraf gegaan. Ook hij staat in een geschiedenis die groter is dan hij zelf. God is altijd al bezig mensen te roepen. Zo voelde de profeet Jesaja zich geroepen om troost te brengen in een hopeloze situatie.

Jesaja treedt op in de tijd dat de joodse gemeenschap gedeporteerd is naar Babylonië. Vrouwen en kinderen zijn achter gebleven in een verwoest Jeruzalem. En zij, werkend in de kleiputten bij de grote rivieren, om de bouwwerken van de Babyloniërs mogelijk te maken. Ze voelen zich als waren ze dood, een vallei met dorre doodsbeenderen. Jesaja doorbreekt de moedeloosheid, de radeloosheid, het cynisme waarvan velen ten prooi gevallen zijn. Zoals het ook vandaag menig gelovige kan overvallen. Al die mooie woorden: wat haalt het uit, we hebben geen uitzicht. Hoe moet het verder als er zelfs in eigen kring geen vertrouwen meer is, als ieder alleen het eigen belang verdedigt. En wat heeft die god van ons te betekenen? Zouden we niet beter meedoen met de Babyloniërs en het geloof in JHWH achter ons laten.

Daartegen in zegt de profeet: neen, zo is het niet. Dit is geen dorre doodsvallei met levenloze beenderen; dit zijn levende mensen om je heen die het vermogen hebben antwoord te geven op wat zich vandaag als vraag aandient. Dit is geen fataal einde. Vertrouw er maar op dat de roepstem zal opstaan in ons midden. Geloof maar dat iemand, neen, dat wij allen ons als herders voor elkaar zullen gedragen. Troost dus maar mijn volk, zegt de stem tot de profeet. Jezus staat in deze geschiedenis die hem reeds eeuwen voorafgaat.

En nu is er Johannes. Op zijn beurt kondigt hij een ommekeer aan. Hij heeft het over een innerlijke ommekeer. De omstandigheden waarin we leven zijn wat ze zijn. Aan de uiterlijke omstandigheden kunnen we vaak niet veel veranderen. Het gaat erom hoe we ermee omgaan. Hoe we leven vanuit onze persoonlijke kern. Dat demonstreert Johannes door zijn verschijning. Hij ziet er inderdaad ongewoon uit. Iemand die in de woestijn weet te overleven. Ver van de grote luxe en de overvloed. In kameelhaar gehuld zegt het iets over de taaiheid en het uithoudingsvermogen van een kameel. Zijn voedsel is het bewijs dat er in de dorheid van de woestijn wel degelijk leven te vinden is. Johannes verschijnt als een man die de uiterlijkheden heeft losgelaten en de essentie heeft overgehouden. Daardoor klinkt ook zijn woord geloofwaardig en stromen mensen naar hem toe. Want in deze man vermoeden ze iets van hun eigen diepe verlangen. Ze hopen de essentie van het leven te ontdekken of te herontdekken.

Net als bij Jesaja is bekering bij Johannes vooral een ommekeer naar ontvankelijkheid. Dat we open komen voor de roepstem die zich laat horen. Bidden we om die openheid zodat de stem wortel kan schieten in ons hart en ons gemoed en vruchtbaar mag worden in ons handelen.

Ignace D’hert o.p.