27 november 2011 - eerste adventszondag afdrukken  Word-document






 


Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja. 63,16-17 64,3-7
Marcus 13,33-37

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Waakzaam blijven

 

De lezingen van vandaag zijn nogal zwaar op de hand. Ze klinken niet echt als een 'blijde' boodschap.
Dat geldt zeker voor de eerste. Maar de omstandigheden waarin die tekst werd geschreven waren er ook naar. 587 vóór Christus was voor de joden een dramatisch jaar. De Babyloniërs waren het land binnengevallen, hadden alles leeggeroofd, de tempel verwoest en een deel van het volk gedeporteerd. Daar, in dat vreemde Babylon voelden de joden zich verloren, verlaten, in de steek gelaten. Het leek wel of God staakte.
De sfeer in onze evangelieparabel is evenmin opbeurend. De heer des huizes, die in het buitenland vertoeft, verwijst ook naar de afwezigheid van God, van Christus. Wellicht verwoordt deze tekst iets van de gevoelens van de vervolgde kerk in tijd dat Marcus zijn evangelie schreef.

 

Toch klinken deze schriftteksten niet wanhopig. Vanuit zijn Babylonische krijgsgevangenkamp richt het joodse volk zich tot God. Een volksgebed. Er zit schuldbelijdenis in, ook wat klagend verwijt. Maar tegelijk getuigt dit gebed van vertrouwen: de zekerheid dat God hen uiteindelijk niet zal laten vallen.
Hoop, vertrouwen en verwachting zijn het fundament, zowel van het hartstochtelijk uitgeschreeuwde roepen om God in de eerste lezing als van de oproep tot waakzaamheid in het evangelie.
Ook al lijken de omstandigheden uitzichtloos, toch heeft de Bijbelse mens toekomst. De Bijbelse mens lééft vanuit de toekomst. Toekomst is een kernthema van de Advent: God die naar ons toekomt. "Gij komt naar ons toe als wij recht doen en uw wegen gedenken" weet Jesaja (64,4).

Over 'verwachten' gaat het ook in het evangelie. De klemtoon ligt niet op de heer die naar het buitenland is, maar op de dienaars aan wie hij het beheer van het huis heeft toevertrouwd.

Wij mogen ons identificeren met die mensen aan wie verantwoordelijkheid wordt gegeven. En de meest dienstbare taak, de vertrouwensfunctie, is die van poortwachter. De portier moet wakker blijven en uitkijken. ‘Wees waakzaam.’ Waken, wachten, verwachten, woorden die met elkaar verwant zijn.

In dat kleine stukje evangelie wordt niet minder dan drie keer gezegd: ’Wees waakzaam.’ Op dit punt waren de volgelingen van Jezus blijkbaar hardhorig, en geen klein beetje, want in de evangelies wordt heel frequent geklaagd over het gebrek aan christelijke alertheid.

Een paar voorbeelden:

- Reeds in zijn voorwoord schrijft Johannes: "Het Licht kwam in de wereld, maar de wereld heeft het niet aanvaard."
- Als God de Heer hen uitnodigt aan zijn feestmaal, hebben de mensen geen tijd of geen zin: ze hebben pas een akker of een os gekocht of zijn pas getrouwd (Lucas. 14,18-20).
- Of ze liggen letterlijk te slapen zoals de leerlingen in de tuin van Getsemane (Matteüs 26,40).
- Of ze hebben bepaalde verwachtingen over God, en als Jezus daaraan niet blijkt te beantwoorden, beschuldigen ze Hem een handlanger van de duivel te zijn (Marcus 3,22).
- Dit alles werkt zo ontmoedigend dat Jezus ergens uitroept: "Een profeet wordt nergens zo veracht als in zijn eigen land en in zijn eigen huis" (Matteüs 13,54).

Gaat het er in deze tijd beter aan toe? Nee. Zoveel zelfkennis hebben we wel. Daarom is het goed dat we jaarlijks het kerkelijk jaar inzetten met een Advent. Vier weken om eens goed in eigen hart te kijken, om na te gaan of al wat in ons hart leeft aan verwachtingen, de kritiek van de christelijke waakzaamheid kan doorstaan. De liturgie van de Advent wil ons ertoe overhalen om onze ambities en verwachtingen - die ons worden opgedrongen door reclame, media, politieke propaganda, door ons eigen belang en onze eigen-gelijkhebberij - om die allemaal eens eerlijk te toetsen aan wat van ons als christenen mag verwacht worden. En wat van ons mag verwacht worden weten uit de parabel over het Laatste Oordeel die we vorige week hoorden: het is datgene op basis waarvan wij zullen geoordeeld worden door een jury van hongerigen, dorstigen, naakten, zieken, vreemdelingen, vluchtelingen, en politieke gevangenen.

Ooit zag ik op TV een gesprek tussen de Duitse theologe Dorothee Sölle en dominee Beyers Naudé die als blanke voorvechter van rassengelijkheid in Zuid-Afrika, destijds jarenlang spreekverbod en huisarrest kreeg opgelegd. Teruggrijpend naar hun eigen geschiedenis bleken beiden te worstelen met hetzelfde probleem. Sölle vroeg zich af: Hoe was het mogelijk dat het overgrote deel van de vrome Duitsers die wekelijks ter kerke gingen, voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft laten gebeuren wat er is gebeurd? En Beyers Naudé vroeg zich af hoe het kon dat zovele christenen zonder protest hebben laten gebeuren dat 3,5 miljoen zwarte mensen verdreven werden van de gronden waarop ze al generaties lang leefden, om ze neer te poten in totaal onherbergzame gebieden, de zgn. thuislanden.

Het probleem van die twee, is ook ons probleem. Gebeuren er in onze omgeving, in ons land, in onze wereld, anti-evangelische dingen die wij stilzwijgend laten gebeuren? Zijn we voldoende alert als de krachtlijnen van onze samenleving van morgen worden uitgetekend? Zijn we er voldoende bij om onze vinger op te steken en te vragen: waar wordt er rekening gehouden met de belangen van de hongerige, de dorstige, de naakte, de zieke medemens? Hoe gastvrij zijn wij voor de vreemdeling en de vluchteling? Is er in het Europa van morgen een rechtvaardig evenwicht tussen het economische en het sociale luik? Op basis waarvan beoordelen we besparingsplannen, maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid, een sociaal huisvestingsbeleid? Op basis van de consequenties voor onze eigen portemonnee of op basis van de consequenties voor de zwaksten in onze samenleving?

Ja, dat zijn moeilijke vragen. Maar als wij ze terzijde schuiven door te zeggen ‘Ik begrijp niets van politiek of van die financiële crisis’ of ‘Daar kunnen wíj toch niets aan doen’, lijkt dit verdacht veel op de argeloosheid en het niet-waakzaam-zijn van die Duitse en Zuid-Afrikaanse christenen die niet inzagen hoezeer zij, door te zwijgen op cruciale momenten, hun geloofwaardigheid als christen ondermijnden.

Zoals een vrouw in verwachting niet vrijblijvend kan uitzien naar de geboorte van nieuw leven maar zich ten volle zal engageren voor een leefbare toekomst voor haar kind, zo vraagt Advent van ons inzet om de droom van het Jezuskind op komst waar te maken: God die mens mag worden daar waar mensen sleutelen aan gerechtigheid, waar mensen bouwen aan een leefbaar huis voor allen, waar recht gedaan wordt aan de minsten der mensen.

Marc Christiaens o.p. (Schilde)